Reethsestraat 1c
 info@klavertje4valburg.nl
 0488-431009
test

Pedagogisch beleid

Creëren van ontwikkelingsmogelijkheden
In de eerste vier jaar van het leven ontwikkelt een kind zich van hulpeloze baby tot een peuter en schoolkind.Een kind dat, als de ontwikkeling voorspoedig verlopen is, met zelfvertrouwen de wereld tegemoet treedt en zich aardig kan redden.De eerste jaren worden algemeen beschouwd als een cruciale periode voor de ontwikkeling van het kind op velerlei gebied.

De ontwikkeling van kinderen verloopt niet bij elk kind op dezelfde wijze.Ieder kind heeft een eigen tempo en kent bepaalde gebieden waarop het zich meer of minder ontwikkelt.Ieder kind heeft ook een groot potentieel aan mogelijkheden in zich.De situatie waarin het kind opgroeit en de mensen die het kind omringen spelen een belangrijke rol in de manier waarop die mogelijkheden worden gerealiseerd en in welk tempo dat gebeurt.De kinderopvang levert hieraan een belangrijke bijdrage.

De situatie in het kinderdagverblijf is er op gericht om kinderen in een veilige en prettige omgeving de dag te laten doorbrengen.Hierbij wordt zowel in groepsverband als individueel bewust aangesloten op de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt.

In de ontwikkeling van het kind zijn de volgende deelgebieden te onderscheiden:

  1. Lichamelijke ontwikkeling
  2. Sociaal-emotionele ontwikkeling
  3. Cognitieve ontwikkeling
  4. Creatieve ontwikkeling
  5. Ontwikkeling identiteit en zelfredzaamheid

 

Lichamelijke ontwikkeling
Kinderen van 0 tot 4 jaar maken een grote ontwikkeling door in de motorische vaardigheden.De coördinatie en samen bewegen van romp, armen en benen heet de grove motoriek.

De grove motoriek wordt gestimuleerd door veel bewegen in de vorm van allerlei spellen.Dansen, hinkelen, kruipen, rollen enz.
Ook moet het kind kunnen klauteren, glijden en springen waardoor het zijn eigen mogelijkheden leert kennen.Zo leert het kind omgaan met hoogteverschillen en gevaar.Hier hebben ze buiten vooral de mogelijkheid voor.Daar staan glijbaantjes en een trappetje om in en op te spelen.

De fijne motoriek omvat de oog- , hand coördinatie. Het kind gaat naar voorwerpen grijpen, pakken en iets in de mond stoppen.De fijne motoriek wordt gestimuleerd door middel van kleuren, kralen rijgen, puzzelen, verven, scheuren en propjes maken enz.Bij de baby wordt de fijne motoriek onder andere gestimuleerd door rammelaars en spelen met de baby-gym.


Sociaal-emotionele ontwikkeling
Het kinderdagverblijf is er opgericht het kind in een op kinderen afgestemde omgeving en sfeer een prettige dag te laten doorbrengen.Zodat het kind zich veilig en geborgen voelt.
Daarom mag een kind die voor het eerst naar het kinderdagverblijf komt ook altijd een aantal dagdelen komen wennen.Wanneer en hoelang een kind komt oefenen wordt met de ouders afgesproken.Op deze manier hopen wij het kind een leuke en fijne start te geven wanneer het kind officieel start.Dan is het allemaal niet zo nieuw en eng meer.We proberen echter wel een huiselijke sfeer te creëren. Daarom hebben we ook maar een verticale groep.Netzo als je thuis hebt, met broertjes en zusjes. 
Wij vragen dan ook aan de ouders wat het dagritme is van hun kind, wanneer het naar bed gaat, de fles krijgt en even lekker gezellig wakker is.Om zo het kind de juiste aandacht en genegenheid te bieden.

Het is belangrijk dat een kind zich veilig en geborgen voelt.Een kind moet bekend zijn met de plaats en manier van opvang.Iedere leidster heeft haar vaste werkdagen.Het echter wel eens voorkomen dat er een andere leidster is.Wegens ziekte of vakantie.Maar er is zelden een “vreemde”invalkracht van buiten het kinderdagverblijf.
Ook hebben we een vast dagritme.Zodat de ook wat oudere kinderen weten wat er gaat gebeuren en wat we gaan doen.
Op deze manier proberen we het kind zicht en grip op de dag krijgt.Zo hebben we vaste momenten dat er gegeten en gedronken wordt.Wanneer we naar buiten gaan(als het weer het toelaat).En wanneer er activiteiten worden gedaan.

Door het omgaan met leeftijdsgenootjes en leidsters leert het kind de uitwerking van zijn gedrag op anderen kennen.Hierdoor leert het kind inzicht te krijgen in zijn eigen gevoelens en leert hij andere reactie mogelijkheden.
Het kind ontwikkelt zich, met hulp, van jongste kind (baby, dus geheel afhankelijk) tot oudste kind (bijna kleuter, met al meer zelfstandigheid) wat gestimuleerd wordt door de leidsters.Zij laten het kind zich veilig voelen door over thuis te (laten) praten en vertellen.Het is dan ook belangrijk dat de ouders dingen doorgeven die thuis gebeuren of veranderen zoals gezinssituaties.

Ook leert het kind al vroeg de betekenis van delen.Door samen te spelen met speelgoed en dan wachten tot de een er mee uitgespeeld is en dan mag de ander.Ook wanneer een kind zijn of haar speelgoed van thuis mee neemt (een pop bv) dan mogen ook de andere kinderen er mee spelen.

Troosten
Wanneer een kind verdriet heeft wordt het door de leidster getroost.Het kind wordt op schoot genomen en er wordt rustig tegen gepraat.Als het kind verdrietig is omdat papa of mama gaat, dan gaan we bij het raam uitzwaaien en dan is het meestal goed.Zo voelt het kind zich veilig en geborgen.Soms troosten de kinderen elkaar ook, door even een arm om het kind te slaan. 

Helpen;
De kinderen leren om mee te helpen met het opruimen van het speelgoed waar ze mee gespeeld hebben.We hebben vaste opruim momenten maar ze moeten bijvoorbeeld wel eerst de puzzel opruimen als ze daar mee klaar zijn.Ze mogen mee boodschappendoen en dan meehelpen om deze op te ruimen.Of een ander kind te helpen met bijvoorbeeld de schoenen uit te doen of samen wat op te ruimen.Of wanneer een leidster vraagt om de fles weg te zetten of iets te halen bij een andere leidster.

Rekening houden met anderen
Wachten voor je aan de beurt bent om te plassen of om aan tafel te gaan.
Omgaan met conflicten;
Hoe gaan we het oplossen wanneer twee kinderen op dezelfde loopfiets willen? Dan moet er over gepraat worden en afspraken maken.Eerst mag de een en na twee rondjes de ander.
Ook het samen spelen en werken wordt gestimuleerd.Samen opruimen, elkaar helpen met opruimen of bv een puzzel maken.

Er ontstaan ook vriendschappen tussen de kinderen.Zij spelen dan met regelmaat samen.Maar de andere kinderen moeten natuurlijk ook de gelegenheid krijgen om mee te spelen.

Onder groepsactiviteiten verstaan we de activiteit die we met de hele groep doen.Zoals het fruit eten, het middag eten, drinken en een koekje nuttigen en het avond/fruit eten.Maar ook zingen, voorlezen, samen buiten spelen, dansen.

Ook krijgt een kind individueel een activiteit aangeboden.Zoals puzzelen, kleuren voor iemand die jarig is of met een leidster een boekje lezen.

De ruimte is aantrekkelijk voor kinderen en nodigt uit tot spel.Er zijn ‘hoekjes’ ingericht om samen te spelen.Voor iedereen is het overzichtelijk, alles heeft een vaste plaats.

 

Cognitieve ontwikkeling

Taal
De cognitieve ontwikkeling heeft betrekking op de ontwikkeling van taal (begrijpen en spreken) en denken.Begrip en inzicht verwerven door informatie uit de omgeving te ordenen, te onthouden, toe te passen en te combineren met nieuwe situaties. Taal en denken zijn nauw met elkaar verbonden.

Taal is een belangrijk middel om inzicht te krijgen in de wereld.Een kind vraagt en krijgt in taal uitleg en hulp.De leidster speelt hier in een actieve rol door veel tegen het kind te praten.Er wordt zoveel mogelijk op de taal uitdrukking van het kind gereageerd.Vanaf de eerste klanken die een baby maakt tot de vragen en verhalen van een peuter.
Om de taalontwikkeling te stimuleren worden er taalspelletjes gedaan, vertellen, voorlezen en zingen.

 

Denken
Spelen en bezig zijn is leren voor het kind.Het kind leert onder meer door voorbeeld en nadoen.Door allerlei dagelijkse gebeurtenissen te bespreken ontstaat ordening in de wereld van het kind.De leidster legt uit, benoemt de dingen en nodigt uit om zelf te verwoorden.
Ook doet de leidster wel eens een beroep op het vermogen van het kind zelf om oplossingen te zoeken voor problemen.


Creatieve ontwikkeling
De leidster stimuleert de creatieve ontwikkeling door het aanbieden van verschillende soorten materialen(water, zand, klei, verf, verkleedkleren) en activiteiten( muziek en dans).

Voor het kleine kind is het omgaan met materialen een onderzoekende bezigheid.Het leert er de mogelijkheden en eigenschappen van kennen, het resultaat is nog niet belangrijk.
Het is belangrijk dat kinderen hierbij gewaardeerd worden en zoveel mogelijk de ruimte krijgen voor hun eigen inbreng.


Ontwikkeling identiteit
Geleidelijk aan wordt het kind zich er van bewust dat het een persoon is, die verschilt van ieder ander.Door het kind positief te benaderen bevordert men het zelfvertrouwen van het kind.Er wordt aandacht besteed aan de persoonlijke verhalen en het kind wordt gestimuleerd zich te uiten en eigen keuzes te maken.De leidster waardeert onderlinge verschillen tussen de kinderen (zoals voorkeur activiteiten, tempo, spontaniteit).


Zelfredzaamheid
De leidster moedigt het kind aan tot zelfredzaamheid en zelfstandigheid.Dat wat het kind kan proberen mag het ook zelf doen.De leidster zorgt er wel voor dat het kind niet te veel mislukkingen ervaart.
De leidster geeft het kind ook opdrachten en taken(opruimen van speelgoed, zich zelf aankleden).

 

klik hier voor het volledige Pedagogisch beleidsplan

 

klik hier voor het volledige Werkplan